|
Door de Raad voor Maatschappelijk Welzijn overgedragen
bevoegdheden aan het Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst, bij beslissing d.d. 15 oktober 2009:
-
het toekennen van de individuele maatschappelijke dienstverlening aan personen en gezinnen zoals die
omschreven is in de artikels 57 tot en met 60 van de OCMW-wet en in de wet van 26 mei 2002 betreffende het
recht op Maatschappelijke Integratie.
-
het vaststellen van de bijdrage van de begunstigde in de kosten van de maatschappelijke dienstverlening
en het bepalen van de bijdrage van de onderhoudsplichtigen (art. 97 tot 104 van de OCMW -wet), binnen de
grenzen van de algemene criteria die door het ministerie dienaangaande zijn vastgelegd.
-
het toepassen van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun in kader van de
onderstandswoonst en vaststelling van de behoeftigheid.
-
het toekennen van de dienstverlening van sociale, geneeskundige, sociaal-geneeskundige of psychologische
aard
-
het overleg tussen het OCMW en de instellingen en diensten voor maatschappelijk werk die in de regio van
de gemeente aanwezig zijn en het overleg met de overige erkende dienstverlenende instellingen en
organisaties.
-
advies verlenen aan de raad voor maatschappelijk welzijn omtrent de criteria die als basis dienen
voor de hulpverlening en de terugvordering, de werking van de sociale dienst en het sociaal beleid van
het OCMW.
-
de opvangmogelijkheden in crisissituaties
-
de opname van bejaarden in het Rustoord en het Rust- en Verzorgingstehuis en de financiële
regeling ervan.
-
de plaatsingen in tehuizen en gestichten andere dan het plaatselijke Rustoord en Rust- en
Verzorgingstehuis.
|